Drones: vroegtijdig signaleren en onschadelijk maken

Drones, iedereen kan ze kopen in de (speelgoed)winkel. Om mee te spelen of om foto’s mee te maken. Ook voor hulpverleners zijn drones nuttig. Van toezicht bij evenementen tot het opsporen van wietkwekerijen. Maar er zijn ook bedreigingen.

Zeearend pikt drones uit de lucht

Hoe gaan wij om met bedreigingen en belangrijker nog: wat kunnen wij doen om de samenleving te beschermen tegen kwaadwillenden of amateurs die met drones aan de slag gaan?

Wat doen we tegen drones?

Tijdens de voorbereiding op de Nuclear Security Summit in 2013 stond het dronevraagstuk hoog op de agenda: wat doen we met drones? Of beter nog: wat doen we tegen drones? De vraag was de opmaat voor een Small Business Innovation Research programma (SBIR) waarbij ondernemers in competitieverband uitgedaagd worden om innovatieve oplossingen te bedenken voor maatschappelijke (veiligheids)vraagstukken.

Drones worden in rap tempo volwassen en wij moeten adequaat op deze ontwikkeling inspelen. Daarom heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid een SBIR-programma opgericht voor drones (Mark Wiebes, innovatiemanager van de Nationale Politie).

SBIR

SBIR staat voor Small Business Innovation Research. Bij een SBIR kunnen kleine en middelgrote bedrijven op innovatieve wijze een maatschappelijke vraag beantwoorden en subsidie krijgen voor verdere uitwerking.  

Een SBIR-traject bestaat uit 3 fasen:

  1. Haalbaarheidsonderzoek
  2. Toegepast onderzoek en ontwikkeling
  3. Marktrijp maken

Globaal zijn er drie centrale thema’s bij het SBIR drone programma:

  1. Signaleren (detectie) – drones zijn er in alle soorten en maten en ze kunnen overal ‘uit het niets’ verschijnen. Dit roept de vraag op: hoe signaleer je drones?
  2. Identificeren – De ene drone is de andere niet. Daarom is identificeren belangrijk. Hoe groot is een drone, is de drone al eerder ergens anders gesignaleerd, kan de drone een bedreigende lading vervoeren, etc.
  3. Onderscheppen – Mocht een drone de veiligheid bedreigen, dan is uitschakelen nodig. Vraag is alleen: hoe? Je kunt niet in de binnenstad van Den Haag een Goalkeeper plaatsen…

Signaleren

Detectie is cruciaal bij drones. Een drone lijkt op een vogel en is soms moeilijk waarneembaar voor radar. Een (hoog)sensitief radarsysteem is nodig voor detectie. Andere optie? Een akoestisch systeem waarbij speciale, uiterst gevoelige, microfoons luisteren en drones waarnemen. Probleem is alleen dat gebouwen het geluid reflecteren in dichtbevolkte gebieden. Het is lastig om te bepalen waar een drone zich exact bevindt.

Identificeren

Tijdens de dronecompetitie is er ook aanvullend aandacht voor het herkennen en classificeren van drones.

Je kunt niet zomaar alle drones uitschakelen. Je moet onderscheid maken tussen goed en slecht. Dit maakte niet deel uit van het SBIR programma, maar het speelt wel degelijk een rol (Mark Wiebes, innovatiemanager van de Nationale Politie).

In het verlengde van identificeren willen diensten ook inschatten wat de intenties van een drone zijn. Is het een relatief onschuldige fotomissie of heeft de drone een explosieve of chemische lading aan boord? Met behulp van innovatieve technologie kan de politie een betere risico-analyse maken.

Onderscheppen of uitschakelen?

Is een drone een bedreiging voor de veiligheid? Dan is uitschakelen een optie. Ook hier volgt de vraag: hoe? Wiebes benadrukt dat je een drone op subtiele wijze uit kunt schakelen, bijvoorbeeld door de besturing te verstoren of zelfs over te nemen. “Maar het kan ook grof: met bijvoorbeeld andere drones die netten afvuren, met luchtafweersystemen of met roofvogels die de drones uit de lucht ‘plukken’. Aan elke keuze kleven voor- en nadelen. Het middel mag niet erger zijn dan de kwaal. We moeten alle opties goed onderzoeken.”

Silver bullit?

Vooralsnog is er volgens Wiebes geen silver bullet die alle dronevraagstukken ‘regelt’. “We kunnen een elektromagnetische puls afvuren, maar dan loop je het risico dat op andere plekken ook de stroom uitvalt. Zelfde geldt voor schieten met een laser. De laserstraal stopt niet bij de drone en je wilt niet dat iets of iemand in de baan van de straal komt. Storingsapparatuur zoals jammers inzetten? Zeker het overwegen waard, maar dan loop je het risico dat andere cruciale kanalen hinder ondervinden.”

Kort samengevat verlangt Wiebes een rijk gevulde gereedschapskist waarmee de politie dronevraagstukken kan beantwoorden.

Het SBIR-programma drones in het kort:

  • Inmiddels zijn dertien haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. Uit deze haalbaarheidsonderzoeken zijn de beste vier voorstellen geselecteerd.
  • De voorstellen van Robin Radar en Microflown AVISA richten zich op detectie en identificatie
  • De voorstellen van DRONATEC en Delft Dynamics richten zich op het gecontroleerd neutraliseren (storen en of vangen) van drones.
  • Robin Radar ontwikkelt een radarsysteem dat drones op grote afstanden detecteert en identificeert (PDF) . Dit systeem werkt volgens het ‘line of sight’ principe. Een radar kan vanaf een hoog punt een groot gebied bestrijken.
  • Voor plekken die je niet in kaart kan brengen, bijvoorbeeld tussen gebouwen, ontwikkelt Microflown AVISA een akoestische oplossing (PDF). Zij luisteren naar drones. Ook in een rumoerige stadse omgeving willen ze straks drones kunnen ‘horen’ en bepalen waar die dan precies vliegen.
  • Weet je dat er een drone is? Dan moet je er ook iets tegen kunnen doen. DRONATEC en Delft Dynamics ontwikkelen tegenmaatregelen.
  • DRONATEC gebruikt de ‘High Power Microwave’ technologie’. In het haalbaarheidsonderzoek hebben ze onderbouwd dat deze technologie veilig kan worden ingezet om drones uit te schakelen op grote afstand.
  • Delft Dynamics werkt met een schietnet onder een eigen drone (PDF). Deze drone vliegt naar het doel toe en vangt de ‘vijandige’ drone.

De voorstellen van de vier bedrijven zijn geselecteerd voor het ontwikkelen van prototypes.

Meer manieren om drones uit te schakelen

Wie jaagt er op vliegende prooien? Een roofvogel.Toen de politie moest verzinnen hoe zij illegaal vliegende drones moest aanpakken, kwam het idee van de roofvogel naar voren. ‘En het werkt!’ zegt Mark Wiebes. Met de getrainde zeearenden – een samenwerking met het bedrijf Guard from Above – heeft de politie de mogelijkheid om in te grijpen. Wiebes: ‘Bijvoorbeeld als drones te dicht bij een vliegveld vliegen of gebruikt worden om smokkelwaar naar gevangenissen te brengen. Of als er vanuit een drone beelden worden gemaakt waar dat niet de bedoeling is, bij evenementen of op plekken waar hoogwaardigheidsbekleders komen. Dan kunnen de arenden in actie komen.’

In de trainingen leren de vogels op commando een drone vangen en naar een ‘veilig’ gebied brengen. De politie liet TNO uitzoeken of de rotorbladen van drones de vogelpootjes niet zouden beschadigen. Om eventuele schade te voorkomen, ontwikkelden zij speciale snijwerende schoentjes voor de vogels. De succesvolle training van de zeearenden betekent niet dat de vogels straks overal te zien zijn, stelt Mark Wiebes: ‘Of we ze gaan inzetten, is de vraag. Maar de vogels kunnen het.’

Arend in actie zien?

Op www.guardfromabove.com vind u leuke filmpjes van de arend in actie.

Contact

Wilt u meer weten over bescherming tegen onbemande mobiele systemen (drones) of wilt u rechtstreeks een vraag stellen aan de inhoudsdeskundige die bij het project betrokken is? Dat kan. Vul hieronder het contactformulier in. Uw informatieverzoek of vraag komt direct in de mailbox van een contactpersoon (betrokken bij dit project).

Contactformulier

Betreft *