SCAR: snel en overzichtelijk veel bewijsstukken veiligstellen

Bij een ramp of een ernstige calamiteit moeten sporen en bewijsstukken veiliggesteld worden. Dit is complex en tijdrovend proces. Doel van de onderzoekers is doorgaans: achterhalen wat de oorzaak is, slachtoffers identificeren en onderzoeken wie er mogelijkerwijs schuldig is. Hierbij helpt het Systeem voor Calamiteiten Registratie (Scar).

Stroomlijn het proces van bewijsstukregistratie na calamiteiten

Onderzoek na calamiteiten en rampen vereist overzicht, nauwkeurigheid en tijd. Veel tijd. Tijd die er vaak niet is omdat betrokkenen snel uitsluitsel willen.

Gerda Edelman en Roosje de Leeuw van het NFI zagen de noodzaak van een nieuw systeem om bewijsstukregistratie te standaardiseren en versnellen. Zo kwamen zij op het idee van SCAR: Systeem voor Calamiteiten Registratie.

Achtergrondinfo

De naam SCAR is geen toeval. Calamiteiten laten vaak littekens achter. Bijvoorbeeld als nabestaanden zo snel mogelijk willen weten of een familielid (al) is geïdentificeerd. De onzekerheid laat een groot litteken achter.

Nu staat de tijdsdruk haaks op de noodzaak om secuur te werken. Medewerkers op een rampplek moeten zeer nauwkeurig werken.

Bij een traditioneel onderzoek zijn tientallen onderzoekers actief en heeft de teamleider in de commandowagen nauwelijks overzicht. Dat overzicht ontstaat pas als de onderzoekers terugkeren en hun bevindingen delen en de bijbehorende sporen registreren.

Dat moest beter kunnen. En vooral sneller. Gerda Edelman van het NFI legt uit dat het Systeem voor Calamiteiten Registratie met telefoons en tablets werkt.

Onderzoekers registeren en inventariseren in het veld en de projectleider heeft in real time overzicht. Het is direct duidelijk welke sporen en bewijsstukken waar gevonden worden en vanuit de commandowagen kan de onderzoeksleider de onderzoekers direct aansturen. SCAR maakt gebruik van een lokaal draadloos netwerk. Als het netwerk uitvalt, dan worden de gegevens lokaal bewaard en later alsnog doorgestuurd (Gerda Edelman van het NFI).

‘Met pen en papier het veld in’

Net als bij archeologische opgravingen maakt Scar gebruik van GIS (graphical information systems) om op basis van GPS coördinaten in kaart te brengen welke bewijsstukken waar zijn gevonden.

We hoeven niet meer met pen en papier het veld in. Een telefoon of tablet is toereikend om sporen en bewijsstukken veilig te stellen. Dit doen we met streepjescodes. Die voegen we toe aan het bewijs, scannen die en dan kunnen we in de chain of evidence alle stukken volgen (Gerda Edelman van het NFI ).

Er is volgens Edelman nog wel een uitdaging.

“SCAR werkt met GPS-gegevens en daardoor werkt het systeem alleen buiten. We zijn nu aan het kijken of we ook een oplossing kunnen bedenken voor plekken waar geen satellietontvangst is.”

Contact

Wilt u meer weten over het project Scar of wilt u rechtstreeks een vraag stellen aan een inhoudsdeskundige die bij het project betrokken is? Dat kan. Vul hieronder het contactformulier in. Uw informatieverzoek of vraag komt direct in de mailbox van een contactpersoon (betrokken bij Scar).

Contactformulier

Betreft *